Een moderne kerstvertelling voor bij de centrale verwarming
Aan de Tafel-der-Gesprekken in de winkel zat Winkelman tegenover een mevrouw, die altijd heel openhartig tegen hem is.
“We hebben altijd vier kinderen gewild”, zei de Openhartige Mevrouw ergens in hun gesprek. “En toen dat niet meteen lukte, hebben we er eerst maar eentje geadopteerd”.
“Om het proces op gang te helpen...”, viel Winkelman haar bij.
“Ja, zoiets... En het hielp, want kort daarna raakte ik zwanger...”
“Zo zie je maar...”, vrolijkte Winkelman.
“Maar goed, de eerste werd dus geadopteerd”, monterde De Openhartige Dame onverstoorbaar verder. “We woonden in die dagen op de Filippijnen. En op een dag werd daar een schoenendoos bij het ziekenhuis afgeleverd met een kind erin. De placenta zat er nog aan vast...“, schoot de Openhartige Dame te binnen. ‘Dat kind is uiteindelijk onze Caty geworden. En ik weet nog goed dat de rechter, die ons het kind toewees, tegen ons zei, dat hij had gehoord dat westerlingen hun baby altijd in een aparte slaapkamer leggen, helemaal alleen. Dat leek hem maar niks en we moesten hem beloven dat wij, als ‘t even kon, zoiets niet zouden doen. Dat verzoek is me altijd bijgebleven...”
“Zei hij dat er echt bij...?” vertederde Winkelman zich.
“Ja, want daar woont de hele familie bij en door elkaar heen. Vandaar...”
“En je raakte dus zwanger...?” hield Winkelman het gesprek gaande.
“In korte tijd tweemaal achter elkaar”, riep de Openhartige Dame trots. “En met die drie kinderen togen we terug naar Nederland, naar Alkmaar, waar we tenslotte op een flat in de Maasstraat terecht kwamen. Vergeleken met een Filippijnse behuizing was die flat enorm...” In ieder geval groot genoeg om er nog een kind bij te nemen en die wilden we ook weer adopteren. Want we hadden onszelf beloofd vier kinderen te nemen, zoals ik zei”.
“Wat je belooft moet je nakomen-ling”, grapte Winkelman.
Maar die woordspeling viel weg tegen haar opkomende kwaadheid, want ze vervolgde: “En dus kregen we al gauw een adoptie-consulent op bezoek, die onze gezinssituatie kwam opnemen. En uiteindelijk, na nog een paar bezoekjes, kwam ze tot de conclusie dat we te klein behuisd waren. Ze vond dat elk kind toch tenminste een eigen kamer moest hebben en zo werd ons verzoek afgewezen...’ Ze keek Winkelman met terugwerkende verontwaardiging aan. “Ik kon die trut wel wat doen...”
|